Vogelwacht Uden

Natuurfotografie leren – roofvogels fotograferen

Vogels fotograferen, dat kan op verschillende manieren. Je kunt vogelvoederhuisjes plaatsen in je tuin of je kunt een speciaal daarvoor bedoelde schuilplaats bouwen in de natuur. Een van de meest populaire vogelsoorten om je vaardigheden op uit te proberen zijn de roofvogels. Haviken, valken, arenden en uilen waren altijd al aantrekkelijk. Vanuit visueel oogpunt zijn veel roofvogelsoorten gewoon verbluffend en ze zorgen vaak voor in het oog springende foto’s en dat kun je van de gemiddelde huis- tuin en keuken vogel dan weer niet zeggen.

Beelden maken van vogels in gevangenschap in een goed gecontroleerde omgeving is natuurlijk de ideale manier om foto’s van de hoogste kwaliteit van roofvogels te maken in Groot Brittannië. Dit soort workshops en cursussen worden her en der op verschillende plaatsen in het land aangeboden en zijn afhankelijk van de vogels die er kunnen bewonderd worden en van de omgeving waarin ze plaatsvinden. Sommige van deze workshops gaan door in centra voor valkenieren, waar de keuze van achtergronden en natuurlijke uitkijkplaatsen niet zal voldoen om je schitterende foto’s te bezorgen. Langs de andere kant kun je ook opteren voor een zo landelijk mogelijke locatie, zodat je beelden kunt maken die er zo natuurlijk mogelijk uitzien. Werken met vogels in gevangenschap is anders dan veldwerk, waar je dan weer minder keuze hebt op gebied van achtergrond en belichting. In gecontroleerde omstandigheden hoef je je geen zorgen te maken dat je de vogels zou storen (je moet natuurlijk wel het advies van de valkenieren opvolgen) Dit houdt in dat je je kan verplaatsen totdat je de juiste achtergrond gevonden hebt. Je kunt ook de belichting aanpassen. Haal het beste uit de mogelijkheden die je hebt. Wees creatief, je hebt niks te verliezen. Al helemaal wanneer je digitaal fotografeert.

Probeer een aantal verschillende lenzen uit. (bijvoorbeeld een focale lens wanneer je wilt zoomen) Een telefotolens van 300 mm of meer geeft diffuus licht in de achtergrond, waardoor het onderwerp helder in beeld komt. Daartegenover zal een brede hoeklens je de mogelijkheid geven om de omgeving van de vogel mee in beeld te brengen. Dat kan voor bijzonder opwindende beelden zorgen. Dit zal er fantastisch uitzien wanneer de vogel in een gepaste habitat geplaatst wordt. Wanneer je statische portretten neemt, dan moet je rekening houden met de ringen rond de poten van de vogels. Je wilt een perfecte afbeelding toch niet verknoeien door te verklappen dat de vogel niet in de natuur zit. Vraag de valkenier daarom om de vogel een beetje te verplaatsen zodat de ringen verstopt zitten achter het struikgewas en soms is het zelfs nodig om de vogel om te draaien. Maak zoveel mogelijk gebruik van de onmiddellijke omgeving. Wanneer de vogel genesteld zit in een boom met goudbruine herfstkleuren, dan kun je die naar de voorgrond brengen om gebruik te maken van die mooie blaadjes. Met vogels in lichtere kleuren, zoals kerkuilen, kan een donkere achtergrond dan weer wonderen doen. Met belichting kun je niet creatief genoeg zijn. Bij donkere dagen heb je niet veel mogelijkheden om dingen te veranderen, maar wanneer de zon schijnt, heb je volop mogelijkheden. Nadat je een foto gemaakt hebt met het licht vanachter, kun je de vogel zo proberen te verplaatsen dat hij van de zijkant verlicht wordt. Wanneer het mogelijk is, kun je proberen om een halo effect te bereiken tijdens een fotosessie. Dit zorgt voor nog meer opvallende beelden. Haal het beste uit jezelf en stel je niet tevreden met middelmatige resultaten.

Hou er rekening mee dat de setting heel belangrijk kan zijn. Om de beelden er heel natuurlijk te doen uitzien, moet je op de hoogte zijn van de natuurlijke habitat van de vogels. Zo maak je foto’s in de juiste omgeving. Een kerkuil die op het hek van een boerderij zit, of een buizerd tegen de achtergrond van een vallei zijn goede voorbeelden van beelden die in de natuur zouden kunnen getrokken zijn. Daartegenover is het onrealistisch dat je een kleine uil tegen een achtergrond van een vennetje op de heide zou kunnen vinden maar een slechtvalk zou zich daar perfect kunnen thuis voelen.

Wanneer je te maken krijgt met foto’s tijdens de vlucht, dan is het gewoon zaak om er zoveel mogelijk te maken om er een paar perfecte over te houden. Wanneer je 3 beelden per seconde kunt schieten, dan is dat ideaal. Om vogels te kunnen tracken, is autofocus optimaal, zeker wanneer ze op een rechte lijn aan je voorbijvliegen. Wanneer je een vogel fotografeert die op je af vliegt, dan kun je best instellen op manuele focus. Kies dan een punt uit op de grond waar je je op kunt richten en schiet dan de beelden vlug na elkaar terwijl de vogel op zijn doel af vliegt.

Roofvogels worden door iedereen aantrekkelijk gevonden. Ze worden dan ook regelmatig gebruikt voor diverse afzetmarkten en ze verschijnen dan ook meermaals in boeken en tijdschriften, advertenties en marketing. Schattige beelden zoals deze van jonge uilen, vinden we zelfs terug op postkaarten en wenskaarten. Wanneer het inheemse soorten zijn, dan kunnen ze zeer populair worden in Groot Brittannië. De mogelijkheden worden hier alleen begrensd door je eigen creativiteit.

Adellijk:

Valkerij Proeverij / Falknertag 05-06-2016 Heumen

http://www.adellijk-vermaak.nl/cms/teambuilding-met-roofvogels

https://twitter.com/AdellijkVermaa

http://adellijk-vermaak.tumblr.com/

 

Nestkastverslag 2015 Vogelwacht Uden e.o.

bird room

Verslag van het broedseizoen 2015, werkgroep nestkasten

Ook dit jaar is er door de werkgroep nestkasten van de Vogelwacht Uden e.o. weer veel werk verricht, hieronder een overzicht.

Odiliapeel Oost

Günther Rutten, Lambert en Hermien Verkuijlen hebben 31 kasten hangen in de oostkant van de bossen van Odiliapeel (zie kaartje). Deze kasten werden dit seizoen 7x bezocht. Eén nestkast blijkt vlak naast een boom met een buizerdhorst te hangen, dit is door gegeven aan de stootvogelgroep. Opmerkelijk was ook wel dat de kunststofkast die er al jaren lang hangt maar waar nog nooit wat in gekomen is, nu toch ineens een nest bleek te bevatten. Van de 31 kasten waren er dit broedseizoen 15 bezet door de kolmees (48%), 9 door de pimpelmees (29%), 1 door een Bonte vliegenvanger (3%) en 5 onbezet (16%).

Odiliapeel West

Jan Nijhof en Johan van Roosmalen hebben 34 nestkasten hangen in de westkant van de bossen van Odiliapeel (zie kaartje). Deze kasten werden dit seizoen 5x bezocht. Tijdens één van de bezoeken werd er toevallig wat anders ontdekt: een zanglijster nest! In een stuk van het bos waren dennenbomen gekapt en de afgekapte toppen lagen er nog; hieruit zagen Jan en Johan de zanglijster wegvliegen. Ze gingen verder kijken en jawel hoor…. een nest met vier knalblauwe eieren (met zwarte spikkels). In 10 (29%) van de 34 nestkasten was geen activiteit te bespeuren. In 17 (50%) daarvan broedde de koolmees en in 6 de pimpelmees (18%), dus helaas weer geen andere soorten. In de vier speciale kasten (1x grauwe vliegenvanger en 3x boomkruiper) is er dit jaar niet gebroed

Maashorst Grensweg

Lilian Beniers, Ineke Kleijnen en Theo Thijssen hebben 48 nestkasten hangen op de Maashorst bij de Grensweg. Op zaterdag 13 maart zijn alle kasten nagekeken en het oude nestmateriaal verwijderd. Deze kasten werden, dit seizoen 7x gecontroleerd. 12 nestkasten waren er onbezet (25%), waarvan in 4 nog wel enige nestbouw had plaatsgevonden. In 10 kasten broedde de bonte vliegenvanger (21%) wederom een erg mooi resultaat, in 15 (31%) de koolmees, in 7 (15%) de pimpelmees en in 4 (8%) de zwarte mees. Van de 15 niet bezette kasten waren er een aantal met wespennest, hoewel deze werden weggehaald lijken deze toch niet meer aantrekkelijk voor vogels te zijn.

Maashorst Slingerpad-zuidwest

Harry en Irene Claassen hebben 54 nestkasten hangen in de Maashorst tussen het Slingerpad en het PNEM gebouw. Deze kasten werden dit seizoen 8x gecontroleerd. Harry en Irene hebben een aantal (bijzondere) kasten dichtgeplakt met dun tape zodat, als de gekraagde roodstaart en vliegenvangers terugkomen van hun overwinteringgebieden, ze nog een nestgelegenheid kunnen vinden. Het tape is heel dun en bij een paar kasten waren de mezen er gewoon al doorheen gebroken. Daarnaast nog een opmerkelijk resultaat: tijdens één van de rondes werd een zwarte mees gehoord en, omdat Harry toch nog een kast over had, snel nog een kast erbij gehangen en ja hoor…binnen 10 dagen een zwarte mees op 10 eieren (die moet dus binnen 1 of 2 dagen een nest hebben gebouwd!). 20 kasten bleven er dit jaar leeg (37%) waarvan er nog wel 2 waren met enige nestbouw. In 2 kasten broedde de bonte vliegenvanger (3.7%) waarvan 1 broedsel geparasiteerd werd door een koekoek (waarvan het jong uitgevlogen is!), in 12 de koolmees (22.2%), in 6 de pimpelmees (11.1%), in 4 de zwarte mees (7.5%) en in 2 kasten de gekraagde roodstaart (3.7%). Met dit mooie resultaat had deze groep de meeste soorten dit jaar

Maashorst Hengstheuvel

Willie Bergmans, Sjaak Celen, Theo Peeters en ondergetekende hebben 72 nestkasten hangen op de Maashorst, bij Hengstheuvel, welk gebied 8x werd bezocht waarbij vaak een werd digitale fotocamera mee genomen om ongewone dingen te fotograferen. Tevens werden er dit jaar langs de Leygraaf en op de waterzuiveringen van Haps en Heeswijk-Dinther nog 19 kasten opgehangen (11 grote gele kwikstaart kasten en 8 halfopen kasten). Opmerkelijk was dat er in maart binnen één minuut nadat we een nieuwe nestkast hadden opgehangen al een koolmees langdurig aan de kast ging hangen. Dit jaar bleven er 27 kasten leeg (38%); in 9 daarvan is wel aanstalten gemaakt voor een nest, maar zijn er nooit eieren gelegd en bij 6 daarvan zijn wel eens ouder vogels in de buurt of in de kast waargenomen. In 26 kasten broedde de koolmees (37%), in 17 kasten de pimpelmees (23%) en in 1 een boomklever (2%).

Tijdens de controle op tweede paasdag zagen we een paartje boomklevers dat luid zat te roepen! Na dit goed bewonderd te hebben draaiden we ons om, om een gekraagde roodstaart kast te controleren en zagen tot onze schrik dat er modder op de kast zat. “Zeker kwajongens die modder hebben gegooid” dachten we meteen, totdat bleek dat de boomklevers het grote ovalen gat tot een klein gaatje hadden dichtgekit met modder en speeksel!

Wat een verrassing!! Voor het eerst een boomklever in de kast! De bodem was niet bedekt met mos maar met een dun laagje kleingemaakte eiken- en beuken blaadjes. Dat laatste was opvallend want tien minuten eerder (200 meter hemelsbreed) hadden we bij een identieke kast ook blaadjes zien liggen: “zeker door het grote gat naar binnen gewaaid dachten we nog, maar later realiseerden we dat er of nog een paartje boomklevers moet zitten of dat het en speelnest is van hetzelfde paartje. Het paartje legde uiteindelijk vanaf 17 april 6 eieren welke met succes uit werden gebroed, waarna de jongen op 30mei het nest verlieten.

ThuisWerkers

Omdat de meeste leden van de Vogelwacht (en ook de kersverse cursisten) wel een of meerdere nestkasten heeft hangen thuis of op het werk is er getracht ook van deze mensen nest gegevens te verzamelen en ze op deze manier wellicht bekend dan wel enthousiast te maken met de activiteiten van de werkgroep. Met de maandagenda van mei is een oproep meegestuurd met de vraag of mensen die een nestkast hadden hangen deze eens in de twee weken te controleren en de gegevens op een (vereenvoudigde) nestkaart in te vullen. Ook nesten van vogels die niet in een nestkast broeden maar wel gecontroleerd kunnen worden (bijv. merel nesten) waren welkom.

In het totaal leverden 6 mensen de kaarten in, waarvan Jorik Smits zeker niet onvermeld mag blijven. Deze 12-jarige fanatiekeling uit Zeeland stuurde maar liefst 15 nestkaarten in verdeeld over 11 soorten! Geen wonder dat hij zich voor het komende seizoen aangemeld heeft voor de nieuw opgerichte jeugdvogelwacht! In het totaal werden er 35 nestkaarten ingeleverd verdeeld over 14 soorten (koolmees, pimpelmees, staartmees, gekraagde roodstaart, kneu houtduif, tjiftjaf, heggenmus, merel, vink, roodborst, bonte vliegenvanger en grauwe vliegenvanger en winterkoninkje). Helaas waren niet alle nesten succesvol of even goed controleerbaar (zeker de winterkoninkjes en staartmezen nesten leverde nogal wat moeite op)..

Voor de vijf belangrijkste soorten in de nestkasten zijn hieronder de belangrijkste kengetallen weergegeven:

Totalen 2015 Koolmees Pimpelmees Bonte vliegenvanger Zwarte mees Gekraagde roodstaart Totaal
# nestkasten 274 274
# nestkasten bezet 90 51 14 8 3 166
% nestkasten bezet 32,8 18,6 5,1 2,9 1,1 60,6
# nesten met eieren 89 48 13 8 3 161
# nesten met jongen 84 46 12 7 3 152
# eieren 896 550 83 66 17 1612
# eieren uitgekomen 787 485 73 52 16 1413
%eieren uitgekomen 87,8 88,2 88,0 78,8 94,1 87,7
# jongen uitgevlogen 771 462 73 41 16 1363
% jongen uitgevlogen 98,0 95,3 100,0 78,8 100,0 96,5
% broedsucces (uitgevlogen jong/gelegd ei) 86,0 84,0 88,0 62,1 94,1 84,6
Legsel grootte (1e nest) 9.2 10.5 5.9 7.4 5.7
Gem datum 1e eileg 21-apr 17-apr 12-mei 21-apr 9-mei
# met 2e broedsel 11 3 0 1 0 15
% 2e broedsel 12,2 5,9 0,0 12,5 0,0 9,0

 

Er waren nogal grote verschillen in gemiddelde legselgrootte tussen 2014 en 2015 wat het beste te zien is bij de kool- en pimpelmees (omdat daar de aantallen groot genoeg zijn om trends te zien). In beide gevallen namen de legselgroottes toe maar de toename bij de koolmees was groter (+1.2 ei) dan bij de pimpelmees (+0.6 ei). De bonte vliegenvanger, zwarte mees en gekraagde roodstaart kampten dit jaar met juist een dalend legselgrootte

De kool- en pimpelmees begonnen hun eerste eileg van het eerste legsel de afgelopen twee broedseizoenen bijna op dezelfde datums (marge 1 á 2 dagen). Dit in tegenstelling tot de Zwarte mees die dit jaar gemiddeld maar liefst 13 dagen later begon dan in 2015. Ook de bonte vliegenvangers begonnen 10 dagen later terwijl de gekraagde roodstaart juist weer 9 dagen eerder begon! Een verklaring hiervoor kan niet gegeven worden uit de beschikbare gegevens.

Het percentage tweede legsels nam voor de koolmees dit jaar (i.v.g. 2015)fors toe (van 7.1% naar 12.2%), die van de pimpelmees nam iets af (van 8.7% naar 5.9%) en die van de zwarte mees bleef ongeveer gelijk (14.3% en 12.5%). Afgelopen jaar sprak ik een 80-jarige controleur van Natuurmonumenten op de Tongelaar die de laatste 40 jaar meer dan 400 nestkasten onder zijn hoede heeft en die vertelde dat het percentage tweede legsels in het westelijk deel van Brabant ongeveer 40% was en dat het geleidelijk afneemt naar het oosten maar in deze regionen nog altijd zo’n 25% zou moeten zijn.

Opmerkelijke zaken!

Nieuwe soorten

Naast de boomklever en de koekoek werd er nog een bijzondere diersoort in de kasten aangetroffen. Een thuiswerker controleerde op een gegeven moment voor de laatste maal (het was al laat in het seizoen) een kast waar al een paar dagen een mannetje gekraagde roodstaart op de deksel had gezeten. Niks verwachtend trok hij de voorkant van de kast open en schrok zich een ongeluk toen daar ineens een gigantische eekhoorn in bleek te zitten! De eekhoorn was waarschijnlijk evenveel geschrokken maar dat belette hem/haar niet om er die week elke nacht in te schuilen voor het slechte weer!

koolmees in pimpelbroedsel

Bij een van de laatste bezoeken op de Hengstheuvel zagen Sjaak, Willy en Leo een vliegvlugge koolmees in een kast met 10 vliegvlugge pimpelmezen. Eerder was dit broedsel toegeschreven aan een pimpelmees die we er ook al op hadden zien zitten. Dit vonden we heel bijzonder! Er waren twee mogelijkheden: een gemengd broedsel of een jong dat is komen invliegen. Beide hadden we nog nooit waargenomen! Twee weken later troffen we, in een eerder lege kast, een jonge pimpelmees aan. Deze was kennelijk uitgevlogen maar had toch ergens de beschutting van een nestkast opgezocht. Misschien / waarschijnlijk was dit twee weken daarvoor ook het geval geweest.

Hevige eierleg

Jan Nijhof trof in de nestkast in zijn tuin een pimpelmees op 14 eieren maar op een gegeven moment werd er weer mos aangesleept wat nestbouw activiteit betekent, en inderdaad twee weken later lagen er maar liefst 27 eieren in de kast!! Ook in Odiliapeel oost werd een reusachtige hoeveelheid eieren gevonden; maar liefst 23 koolmees eieren in een nest. Het lijkt er op dat er in deze kasten twee verschillende vrouwtjes hun eieren hebben gelegd! Op de Maashorst in de buurt van Schaijk werd er door een “thuiswerker” een hevige twist door koolmezen en pimpelmezen om een nestkast waargenomen. Uiteindelijk leek de koolmees gewonnen te hebben want deze zat later te broeden, echter na twee weken bleek er bij controle alarmerende kool- en pimpelmezen bij de kast te zitten en wat bleek… de koolmees had 4 pimpelmees eieren uitgebroed en 3 ouder vogels (2x kool- en 1x pimpel-) waren de jongen aan het voeren!

Degene die geïnteresseerd zijn in een uitgebreide versie van het verslag kunnen contact met mijopnemen.