De Nolledijk

Even ten westen van Vlissingen ligt de trektelpost Nolledijk, ook wel “De Nolle” genoemd. Het is niet één van de meest bekende telposten in Nederland, wat verklaard kan worden door de relatief korte telhistorie. Alleen in 1991, 1992 en 1993 en in mindere mate 1995, 1997 en 2015 was de post goed bezet. Gedurende de tussenliggende jaren zijn er slechts incidentele tellingen verricht.

Met ingang van najaar 2015 is geprobeerd om iets regelmatiger te tellen. Aangezien er nog nooit iets over de telpost is uitgewerkt, werd het tijd (zeker nu deze website ten tonele is verschenen) om met een aantal resultaten op de proppen te komen.

De Nolledijk

Beschrijving telpost

De telpost bevindt zich in ontoegankelijk terrein tussen Dishoek en Vlissingen. Grote aantallen bezoekers zoals op Breskens zijn hier niet gewenst. Een goede plek om te gaan staan is de grasdijk ten westen van het Nollestrand (blok 48-32-33) Hier werd gedurende de eerste jaren gepost. Een alternatief zijn de duinovergangen tussen Vlissingen en Valkenisse

Zowel de duinenrij als het bos zijn hier het smalst en is er vrij uitzicht naar alle richtingen: voor een deel over zee, duinen, bos en akker en stedelijke bebouwing.

Een zeer aangename bijkomstigheid is dat je redelijk uit de wind kunt staan of zitten, en vooral dat je geen last hebt van een opkomende zon. Vrijwel alle vogels komen namelijk uit een noordwestelijke richting aangevlogen.

Ten westen van de post ligt een lange en hoge duinenrij, tot ruim 45 meter hoog. Deze duinen oefenen op roofvogels een grote aantrekkingskracht uit vanwege aanwezige thermiekbellen. Vanaf de telpost kunnen deze vogels goed meegeteld worden.

In principe worden alle duidelijk trekkende vogels geteld, of ze nu met de verrekijker of met het blote oog zijn ontdekt. Richting en trekhoogte worden niet genoteerd. Door de soms massale trek word vaak gebruik gemaakt van handtellertjes.

Beschrijving najaarstrek

Zichtbare landtrek is slechts op enkele plaatsen in het Deltagebied redelijk massaal te noemen. In het voorjaar is dit in extreme vorm het geval op Breskens. In het najaar zijn vooral de omgeving van Westenschouwen (telpost De Punt) en de Nolledijk goed. Beide plaatsen zijn geografisch gezien een fuik voor vogels die niet direct grote wateroppervlakten willen oversteken. Het nadeel op Schouwen is dat vogels hier nog over een tamelijk breed front de Oosterscheldemonding op gaan. Bij de Nolledijk is de trekbaan veel smaller en overzichtelijker. Op het nabijgelegen Westkapelle kan op sommige dagen eveneens goede zangvogeltrek te zien zijn. Het accent op deze telpost ligt echter bij zeevogels.

Elke telpost in Nederland heeft zijn eigen specialiteiten. De Nolledijk kan zich qua aantallen van sommige soorten zeker meten met de betere telposten langs de Zuidhollandse kust.

Soorten die in vergelijking met andere telposten relatief algemeen langstrekken zijn: Kievit, Koperwiek, Zanglijster, Merel, Ringmus, Goudhaan, Zwarte Mees, Kauw, Keep en Ortolaan.

Goede trek wordt voorts gezien van Buizerd, Sperwer, Turkse Tortel, Veldleeuwerik, Heggemus, Kramsvogel, Spreeuw en Vink.

Opmerkelijk weinig trek wordt gezien van Graspieper en Witte Kwikstaart. Deze soorten steken de Westerscheldemonding westelijker over.

De trekrichting loopt min of meer van noordwest naar zuid tot zuidoost, bijna haaks op de trekrichting in de rest van Nederland die toch erg zuidwestelijk georiënteerd is. Op sommige dagen ( met name bij harde westenwind) vliegen enkele soorten juist voornamelijk naar west tot noordwest. Deze steken dan net ten zuiden van Westkapelle de Noordzee op in een pal westelijke richting. Het gaat hierbij vooral om Koperwieken, Spreeuwen, Vinken en Keep. Het zou interessant zijn om te weten te komen of deze vogels inderdaad vanaf Walcheren naar Engeland oversteken. Sommige soorten laten zich nauwelijks door de duinenrij stuwen en steken zonder aarzeling of koerswijziging direct in zuidwestelijke richting de Westerschelde over . Dit laatste geldt vooral voor Aalscholvers, ganzen, Kievit en Veldleeuwerik.

Roofvogeltrek kan zeer spectaculair zijn. In 1997 werden onder invloed van een harde noordoostenwind bijna 2015 Buizerds en 1000 Sperwers in enkele dagen (19 tot 21 oktober) samen met 18 Rode Wouwen geteld!

Er wordt niet consequent over zee gekeken. Trek van sterns en meeuwen wordt niet genoteerd.

Een opmerkelijk fenomeen is de doortrek van nachttrekkers door het struikgewas voor de telpost. Vooral Goudhaantjes, Tjiftjaffen en Zwartkoppen zijn regelmatig te zien. Uit het feit dat deze zangers in vrijwel alle gevallen richting zuidoost van struik tot struik hoppen worden ze gewoon meegeteld.

Leuke waarnemingen blijven natuurlijk ook niet uit.

Hoewel de soortenlijst in vergelijking met Breskens nog vrij mager is, zijn er wel enkele “goede” soorten op de Nolledijk waargenomen, zoals Steppekiekendief (gefotografeerd), drie Alpengierzwaluwen, Kleine Spotvogel, Pallas Boszanger, Steppeklapekster en meerdere Bos en Dwerggorzen.

Aan schaarse soorten geen gebrek. Met name Duinpieper, Grote Pieper, Ortolaan kunnen opvallend aanwezig zijn. Memorabel is de dag (11 sept 1992) toen de ene na de andere gemengde groep van Duinpiepers en Ortolanen doortrokken, af en toe met enkele Boompiepers en Gele Kwikstaarten. Deze dag leverde in totaal 52 Duinpiepers en 47 Ortolanen op.

Af en toe worden ook leuke zeevogels gezien als Rosse Franjepoot, Kleinste Jager, Vorkstaartmeeuw en Kleine Alk. Kuifaalscholvers zijn regelmatig ter plaatse aanwezig.

Met dank aan Sander Lilipaly voor het verzamelen van alle gegevens en het beschikbaar stellen van de resultaten.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *