Wat is de kortste Nederlandse vogelnaam?

De Noren kennen de É. Dit is een volksnaam voor de Eidereend. In het nederlands zijn mij geen vogelnamen bekend die uit slechts één letter bestaan. De volksnaam Ka (‘Kauw’) moet dus wel, desnoods ex aequo met bijv Uk, de kortste zijn. Ka is zelfs een officiële naam, namelijk voor de Friezen [Boersma 1972].
De naam is een treffende geluidsnabootsing van de roep van deze soort, al of niet herhaald “ka” (eigen wn).
De Vries 1928 (Aves Frisicae) noemt Ka als eerste-keus friese naam, maar bij De Vries 1911 kwam Ka na fries Alk (zie Alk (3)) en Akke pas op de derde plaats, terwijl Albarda 1897 de volksnaam Ka wel noemt, maar niet speciaal voor Friesland. Misschien omdat de naam toch iets te kort van klank bevonden werd, ontstonden Torenka (z.a.), Kerkka of Skùsstienka.
De [aa]- en de [au]-klank komen in de naam naast elkaar voor bijv gronings Torenkà naast Kaauw [VPG] en Smit 1996 voor Dwingelo (Dr): “Een Torenka wordt ook wel Kauwgie enuumd”. Oostfries Ka, Kaa en varianten, helgolandfries Kauk [De Vries 1928; Wüst 1970]; achterhoeks Ka, liemers Kaai, Kaos [Schaars 1989]; zuidnederlands Kaai [WVD; WBD; WLD], Kaaf(ke), Kaiken en Kaken [WBD]. De tweede k is mogelijk steeds (een restant van) een verkleiningsuitgang, maar het is ook denkbaar dat hij deel uitmaakt van de zuivere onomatopee: immers, als de Kauw kort achter elkaar tweemaal “ka” roept, zou men, wat de medeklinkers betreft, ongeveer dezelfde vorm kunnen krijgen als Koekoek. F Choucas ‘Kauw’ (< Choucquas (1530)) vertoont ook de twééde k (geschreven c), evenals provençaals Choco (naast Chavo).

vogelnaam
Oudsaksisch/ohd/mnd (a) [Suolahti] >(?) deens (dial.) , noors Kaie, zweeds Kaja (ook: Kyrkkaja), E/schots Ka, Kae, Kay [Jackson 1968; De Vries 1911]; lübecks Kauke (1511), altmärkisch Kauk, tsjechisch Kavka (obecná), pools/wendisch Kawka (hiernaar de familienaam van de beroemde oostenrijkse schrijver Franz Kafka ((1883-1924) (?)).
In bulgaars _____ Tsjavka is de aanvangsmedeklinker gepalataliseerd.
In russisch _____ Gálka ‘Kauw’ is de k van de verkleiningsuitgang
-ka, die in veel R vogelnamen voorkomt.
E Chough ‘Alpenkraai’, maar vroeger ‘Kauw’ chogen (mv.) (c 1305) dat Sievers 1898 terugvoert tot oudengels cêo, wordt door Suolahti 1909 (daarom?) niet direct verwant geacht.
In meer talen zit vermoedelijk een onomatopoëtisch element in de naam voor de Kauw, maar het is zonder kennis van die talen niet met zekerheid te stellen, bijv in fins Naakka. Mogelijk ook in turks Küçük karga (=Kauw, ‘kleine karga’; naast Büyük karga (=Bonte Kraai, ‘grote karga’)).
Etymologie: < N Kae [Vierde Kiliaan c 16181] < mnl Ca (“Kerkkauw, torenka, eene kleine kraai”) [MH 1932], Kâ (Bern. c. 1240) [VT]. Deze namen zijn zuivere onomatopeeën, itt de namen rond Kauw, die van oorsprong halfonomatopeeën zouden kunnen zijn. Kauw kan echter ook in verhouding tot Ka staan zoals blauw tot mnl blâ en grauw tot mnl grâ.
Kauw Corvus monedula Linnaeus 1758.
De naam van deze alom bekende kleine Kraaiachtige lijkt een typisch voorbeeld van een klanknabootsende naam, een onomatopee, wat ook verondersteld wordt van de synonieme naam Ka (z.a.) voor deze vogel. NEW 1992 zet Kauw en Ka op dezelfde etymologische lijn, maar als Ka een zuivere onomatopee is, is dit niet helemaal terecht.
Etymologie: < N Kaauw [Houttuyn 1762] < N Kauwe1 [VK1 c 1618] < mnl Cauw, Cauwe (1279) (voor Ca en Kâ zie sub Ka); germ *kawô2 < idg gouâ ‘schreeuwen’ [VT 2000; MH]. Kauw is daarmee een halfonomatopee.
Ook bij enkele andere namen voor andere vogels in andere talen behoort eenzelfde wortel *kaw-/*gou- ‘schreeuwen, schreeuwer; een klagend geluid maken’; vgl Gr goa-oo ‘klagen’; vgl sub Ka, Kaugek en Katuil).
{ Een andere idg wortel is *(s)ker ‘een scherp schreeuwend geluid maken’; vgl hiervoor oa sub Aalscholver. }

1 VK, p.250: KAUWE, KAE. Monedula. gracculus (auis dicta à sono vocis quam edit) ger. sax. kaycke… ang. ka, kaddovv, chovvgh.
Men herkent hierin nog steeds bestaande E volksnamen voor de Kauw, te weten Caddaw (East Anglia) (vgl E Jackdaw), Chough (Cornwall) en Ka wattie, Kae en Kay (Schotland). 2 De huidige officiële D naam voor Kauw is Dohle; zie hiervoor sub Dale.

Kalle Zuidnederlands voor Kauw, Zwarte Kraai en/of Ekster (vooral tamme) [WVD 1996]. Kalle is ook: ‘domme praatzuchtige vrouw’ [vD 1970]. De naam komt ook als familienaam voor (en wordt dan ook wel Calle gespeld).
Etymologie: < mnl calle (=naam voor verschillende vogels; babbelaarster, liefje, snol) < mnl callen ‘kallen, praten’ (4e kwartaal 13e eeuw); verwant is het ww kouten. Buiten de germaanse equivalenten (vgl sub Kale Kadotter): Lat Gallus ‘Haan’; welsh galw ‘roepen’; oudkerkslavisch glasu ‘stem’ en glagolu ‘woord’ (vgl de Glagolitische Mis van de tsjechische componist Leoš Janácek) en litouws galsas ‘echo’. [VT 2000]

Kaugek Volks?naam voor Grote Stern (z.a.) op Texel [Van Bemmelen in Wickevoort Crommelin et al 1858; Dijksen 1992].
van Dale Etymologisch Woordenboek 1993: “het eerste lid is onduidelijk, mogelijk van kaab ‘kobbe, zilvermeeuw’; het tweede lid is ws ‘gek, dom’; vgl F Fou de Bassan (=Jan-van-Gent, letterlijk ‘Zot van Bassaan’) en N Mallemok en Dodo.”
vDE gaat dus uit van N oorsprong van de naam.
Temminck 1820 voerde de F naam Hirondelle de mer Caugek (>F Sterne caugek). De F naam zou uit het N overgenomen kunnen zijn; andersom zou evenwel ook kunnen. Als er van lenen sprake zou zijn, ligt het voor de hand te veronderstellen dat dit via het werk van Temminck is gebeurd.
“Kau-gèk” is een natuurgetrouwe weergave van de contactroep van de Lachstern Gelochelidon nilotica, in BWP weergegeven met “kay-vek”; onomatopoëtische invloed lijkt dan aan de orde. De naam is dan echter bij de Grote Stern wel minder op z’n plaats, want deze roept “starriet”.
Cabard & Chauvet 1995 vermelden, dat F Caugek van oorsprong een R naam voor een of andere Stern is; dit bleek (bij schriftelijke navraag) een misverstand.
Ernout 1959, Pollard 1977, Muller 1926 en Boisacq 1938 noemen Gr Kauax en Kauex [Wilms 970706,1] als naam voor “een soort meeuw” of als naam voor een Stern (vgl Gr goa-oo ‘klagen’; vgl sub Kauw). Het is niet zeker of hiermee de Lachstern, die in Griekenland algemeen broedt, werd bedoeld.

Post Tagged with

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *